Wat betekent de economische crisis voor de detailhandel? De antwoorden op de meest gestelde vragen over de detailhandel en de crisis.
In de eerste maanden van 2010 is de consumptie ongeveer even groot als vorig jaar. Maar in 2009 kocht men nog 5% minder producten dan in 2008. Dat resulteerde in 4% minder omzet. De kooplust is dus kleiner. Dat was voor het eerst sinds 2005. In de horeca, autobranche en industrie lopen de omzetten wel harder terug dan in de detailhandel.
Aan duurzame goederen (met name auto's, meubels en kleding) nemen de bestedingen af. In 2009 verkochten non-foodwinkels 8% minder producten. Bijkomend nadeel is dat de kosten van energie en zorg (directe "concurrenten" van de detailhandel) hoger waren dan in 2008. En dat zijn uitgaven waarop weinig bezuinigd wordt of kan worden.
Bij levensmiddelen is ook een terugval te zien. In 2009 gingen 1% minder producten over de toonbank. Mensen kiezen ook vaker voor goedkopere producten en winkels. Vanwege prijsstijgingen is de omzetontwikkeling van levensmiddelenzaken nog wel positief (1%).
Er is een teruglopende omzet in branches zoals woonzaken, modezaken, schoenenzaken, doe-het-zelfzaken, food-speciaalzaken en computershops. Er zijn steeds meer branches die te maken hebben met tegenvallende omzetten. 62% van de ondernemers, vooral in non-food, denkt dat ze zonder de kredietcrisis een hogere omzet zouden hebben geboekt.
In 2009 was een omzetstijging voor supermarkten (vooral door prijsstijgingen), rijwielzaken (mede door de opkomst van de elektrische fiets) en drogisterijen.
De crisis zorgt er verder voor dat consumenten meer op prijs en aanbiedingen letten. 42% van de ondernemers zegt dat klanten vaker voor goedkope producten kiezen. Dit is vooral het geval in supermarkten. 40% van de ondernemers merkt dat klanten vaker kiezen voor aanbiedingen. En 32% zegt dat klanten vaker korting vragen. Dit is vooral het geval in modewinkels, de wonenbranche en op de markt.
De economische groei en de ontwikkeling van de detailhandelsomzet lopen de laatste jaren vrijwel parallel. Kort gezegd: als mensen meer kopen, jaagt dat de economie aan. Kopen ze minder, dan drukt dat de groei. Vanaf 2008 braken de economisch onzekere tijden aan: consumenten stelden grote aankopen uit of af, spaarden meer en gaven minder uit. Als mensen hun baan (dreigen te) verliezen, verandert hun koopgedrag ook meteen
Toch nam de koopkracht wel toe in 2009, maar dat leidde niet tot een grotere consumptie. In 2010 zal de koopkracht echter op een gelijk peil blijven. Mensen hebben dan met hun inkomen in feite niet méér te besteden dan een jaar eerder. De detailhandel blijft dus voor een uitdaging staan.
Van ontslagen is weinig sprake, maar het aantal vacatures is wel met duizenden afgenomen (-20%). Ook bij de Servicepunten Detailhandel zijn minder vacatures, hoewel dat regionaal verschilt. In dit soort tijden is de detailhandel vaak de laatste sector waar vacatures teruglopen of ontslagen vallen.
Er zijn inderdaad meer faillissementen in de detailhandel dan vorig jaar. Het gaat volgens het Handelsregister om enkele tientallen faillissementen in het eerste kwartaal. Maar een faillissement blijft de minst voorkomende manier van stopzetten (normaalgesproken circa 1% van de opheffingen). Veel vaker stoppen ondernemers vrijwillig zonder failliet te gaan.
Overigens betekent een recessie niet per definitie dat het aantal winkels daalt. Natuurlijk zijn er meer winkels die moeten sluiten, maar dat is vaak niet meteen, ze houden het dan nog even vol. En je ziet in slechte tijden ook winkels beginnen, bijvoorbeeld door mensen die hun baan kwijt zijn. Per saldo is het aantal winkels al jarenlang stabiel, ook gedurende het slechte jaar 2004. Maar een belangrijk verschil met toen is dat banken nu kritischer zijn met het verlenen van (start)kredieten. Dat kan een drempel zijn voor het beginnen van een winkel.
Voor het gehele Eurogebied is sprake van een omzetdaling in 2009, net als in Nederland. Alleen de Britse detailhandel boekte ieder kwartaal een omzetgroei. Zie ook de omzetontwikkeling van West-Europa.
De verwachtingen van het einde van de crisis lopen sterk uiteen. Eind 2009 schatte 35% van de ondernemers in dat de crisis binnen een jaar voorbij zou zijn. Ruim 30% ging uit van een periode van een á twee jaar. De overigen dachten nog langer (20%) of wisten het niet (14%).


